De schranklader, een uniek concept

maandag 29 oktober 2018

Deze bijzondere kerels werden gespot in het opleidingscentrum van Bobcat in Dobris. De laatste Melroe driewieler (M200) en de Bobcat M610, in zijn tijd één van de populairste wielladers. Maar hoe kwamen deze hier terecht? En wie heeft de schranklader eigenlijk bedacht?



De broers Keller repareerden machines voor lokale boeren, waaronder een kalkoenfokker Eddie Velo. Op een dag in 1957 stopte Velo bij de machinewerkplaats van de Keller's met een irritant probleem. Zijn twee verdiepingen tellende kalkoenstallen moesten worden schoongemaakt, maar zijn tractorlader kon niet rond de staande palen in de schuren manoeuvreren. Handarbeid - een smerige, vuile baan - was het enige alternatief. Velo had een zelfrijdende lader nodig die licht genoeg was om naar de tweede verdieping van de schuur te worden gebracht en voldoende manoeuvreerbaar om rond de steunpalen te schuren.

De Keller's monteerden een eenvoudige front-end loader met twee aangedreven wielen en een klein achterwiel. Aangedreven door een motor van 6 pk met een touwstarter, werd hij bestuurd door onafhankelijke besturingshendels links en rechts met behulp van een uniek koppelingsmechanisme. De tanden van de mestvork vooraan zijn gemaakt van staven uit de gevangenis van Rothsay, het enige staal dat hard genoeg is om het werk te doen. De lader werkte zo goed dat de Kellers er nog zes bouwden en deze aan boeren in de buurt verkochten.

De oom van de Kellers, een Melroe-dealer voor landbouwmachines, introduceerde zijn neven aan de gebroeders Melroe. Louis en Cyril Keller werden werknemers van de Melroe Manufacturing Company en zij kregen de opdracht om de eerste Melroe zelfrijdende loader te ontwerpen en te produceren.

Na een eerste verbeterde versie van de Keller lader, de M60, werd in 1959 de M200 (foto) ontwikkeld met een 12.9 pk Onan motor en een nieuw design voor de hefarmen. Zo'n vierhonderd van deze 'driewielers' werden gebouwd.

In 1960 wordt 's werelds eerste M400 schranklader gebouwd, met vierwielaandrijving en de typische 70 / 30 gewichtsverdeling.

De merknaam Bobcat, ontleend aan de Bobcat lynx die op elk moment snel van richting kan veranderen, wordt voor het eerst gebruikt in 1962, voor de Bobcat M440, die voortaan een witte kleur meekreeg.

De Bobcat M610 (foto) wordt het volgend decennia een van de populaire modellen met een Wisconsin motor. Toen de laatste M610 in 1982 van de assemblagelijn rolde, betekent dit het einde van de koppelingsaandrijving en de overgang naar dieselmotoren.

Op vandaag is Bobcat producent én wereldleider van allerlei compact materieel. Zo rollen er meer Bobcat skid steer loaders van de band dan bij al zijn collega's samen. Onder impuls van, achtereenvolgens Clark Equipment, Ingersoll-Rand en Doosan verspreidde Bobcat en zijn productiesites zich in de loop der jaren wereldwijd. Sinds 2007 is Bobcat aanwezig in Dobris (Tsjechië) waar op vandaag het merendeel van de graafmachines, wiel- en rupsladers voor de EMEA (Europa, Afrika, Midden-Oosten) worden gebouwd.


bron: The Bobcat Story


Terug naar boven